De Rekenkamer is één van de instrumenten van Provinciale Staten ter versterking van haar controlerende rol. In het kader van de dualisering is de Rekenkamer per 1 januari 2005 verplicht. De provincies Gelderland en Overijssel hebben besloten om deze rekenkamer gezamenlijk op te zetten.
De Rekenkamer Oost-Nederland is een onafhankelijk orgaan, nevengeschikt aan Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. Zij doet onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van provinciaal beleid en beheer. Naar aanleiding van de bevindingen formuleert de Rekenkamer conclusies en aanbevelingen voor Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten. De Rekenkamer voert niet de certificering van de jaarrekening uit. Dit is voorbehouden aan de accountants van beide provincies.
Aan de rechterkant van deze pagina ziet u de meest recente jaarstukken staan. Indien u hiervan een papieren versie wilt ontvangen of een ouder verslag (digitaal of op papier), kunt u dit formulier invullen.
Frequently Asked Questions
Onderstaande vragen worden ons wel eens gesteld. Voor uw gemak hebben wij ze hieronder beantwoord. Staat uw vraag er niet tussen dan horen wij dit graag zodat we hem alsnog kunnen beantwoorden.
1. Waarom is er een Rekenkamer?
In een moderne democratie is het belangrijk dat de overheid verantwoording aflegt over de besteding van publiek geld. Op provinciaal niveau is een van de taken van Provinciale Staten om Gedeputeerde Staten te controleren of het geld besteed is volgens de gemaakte afspraken. Om PS hierin te ondersteunen voert de rekenkamer onderzoeken uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en/of rechtmatigheid van het uitgevoerde beleid. Kortom, de Rekenkamer is een instrument om te werken aan een transparante en afrekenbare overheid.
2. Wat doet de Rekenkamer?
De Rekenkamer evalueert onderdelen van het provinciaal beleid en doet aanbevelingen voor de toekomst. In het verleden is ondermeer onderzoek gedaan naar nut en noodzaak van reserves & voorzieningen, naar de rol van de provincie in de bescherming van nationale landschappen of de provinciale aanpak van bodemsanering. Uiteindelijk besluit PS wat zij doet met de conclusies en aanbevelingen van een rekenkameronderzoek.
3. Waarom voor twee provincies?
De Staten van Gelderland en Overijssel hebben bij de oprichting in 2005 gekozen voor een gezamenlijke provinciale rekenkamer. De belangrijkste redenen hiervoor waren dat beide provincies van elkaar kunnen leren en dat bundeling van financiële middelen betekent dat er een kleine maar professionele organisatie kon worden opgezet.
4. Wie vormt de Rekenkamer Oost-Nederland?
De Rekenkamer kent een bestuur bestaande uit twee bestuursleden en een voorzitter. Het bestuur is eindverantwoordelijk, Zij wordt ondersteund door een vast onderzoeksteam. Er is een secretaris-directeur die leiding geeft aan dit onderzoeksteam. Soms worden externe deskundigen geraadpleegd of ingehuurd voor specifieke onderdelen van een onderzoek.
5. Wie is de opdrachtgever van de Rekenkamer?
De Rekenkamer is wettelijk gezien haar eigen opdrachtgever. Dat betekent dat zij in alle onafhankelijkheid kan besluiten waar zij onderzoek naar doet. Die onafhankelijkheid zorgt ervoor dat zij ook onderzoek kan doen naar onderwerpen die politiek gevoelig kunnen liggen.
Omdat PS de eerste doelgroep is waar de Rekenkamer zich op richt, zal zij zoveel mogelijk proberen in te spelen op de kennisbehoefte van PS.
6. Hoe gaat de procedure voor een onderzoeksverzoek in zijn werk?
In principe kan iedereen (bijv. Statenleden/Gedeputeerden/ambtenaren/burgers) een onderzoeksverzoek richten aan de Rekenkamer. Vanwege het doel van de Rekenkamer is er een extra belang bij verzoeken uit de Staten. Elk individueel Statenlid, Statenfractie of een deel of geheel van PS kan/kunnen verzoeken indienen. Het bestuur van de Rekenkamer bepaalt of een onderzoeksverzoek wordt opgenomen in de jaarlijkse onderzoeksprogrammering van de Rekenkamer.
7. Welke criteria hanteert de Rekenkamer om een verzoek voor onderzoek op te pakken?
Het bestuur van de Rekenkamer toets aan verschillende criteria. Enkele belangrijke zijn:
• Is er een duidelijke aanleiding (risico's voor doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid) om het thema te onderzoeken?
• Is er sprake van een groot maatschappelijk en financieel belang?
• Is het onderwerp een prioriteit binnen het provinciale beleid?
• Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen?
• Is de Rekenkamer geschikt om onderzoek te doen naar het onderwerp?
In de afweging speelt ook mee de mate waarin er draagvlak is voor een bepaald onderzoeksverzoek binnen Provinciale Staten.
8. Wat is het budget van de Rekenkamer en wat doen ze daarvoor?
Beide provincies betalen € 375.000,- per jaar voor hun provinciale Rekenkamer Oost-Nederland. Daarmee wordt o.a. het bestuur en personeel gefinancierd, deskundigen ingehuurd en de rapporten gedrukt. De Rekenkamer voert gemiddeld vier onderzoeken per provincie (dus 8 rapporten) per jaar uit. Dit kan één onderzoeksthema voor beide provincies zijn maar ook een specifiek onderwerp voor één provincie. Het bestuur van de Rekenkamer legt verantwoording af aan PS over de besteding van de middelen middels het jaarverslag.
9. Wat betekent de onafhankelijkheid van de Rekenkamer?
Centraal staat dat houding en gedrag van allen binnen de Rekenkamer onafhankelijk en onpartijdig is. De onafhankelijkheid komt verder tot uitdrukking in de vaststelling van het onderzoeksprogramma door het bestuur van de Rekenkamer. Ook bepaalt het bestuur, binnen het door PS vastgestelde budget, op welke wijze de middelen worden ingezet om haar taak uit te kunnen oefenen. Verder is de Rekenkamer verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de volledige inhoud van haar onderzoeksrapporten. De rapporten van de Rekenkamer zijn openbaar en worden tevens verstuurd naar de (lokale) pers.
10. Hoe ziet het onderzoeksproces er uit?
Elk onderzoek start met het vaststellen van een onderzoeksplan door het bestuur van de Rekenkamer. Het plan wordt verstuurd naar PS en de pers. Daarna volgt de uitvoering door het onderzoeksteam van de Rekenkamer. Zij verzamelt data en analyseert deze. Vervolgens vindt het 1e deel van de rapportage plaats door de feiten overzichtelijk op een rij te zetten. Deze zogenaamde Nota van Bevindingen wordt door de provincie gecheckt op juistheid en volledigheid. Daarna stelt het onderzoeksteam een Bestuurlijke Nota op met daarin de conclusies en aanbevelingen. De Bestuurlijke Nota en Nota van Bevindingen worden als één onderzoeksrapport aangeboden aan de voorzitter van PS, de Commissaris van de Koningin. Daarna vindt de politiek-bestuurlijke afhandeling plaats.



