Nieuws
7 mei 2008 - Provinciale afweging van waterbelangen in ruimtelijke vraagstukken niet helder vast te stellen
Uit onderzoek van de Rekenkamer Oost-Nederland komt naar voren dat de provincie Overijssel geen goed inzicht heeft in de effectiviteit van de watertoets. Daardoor blijft onduidelijk in hoeverre waterbelangen in ruimtelijke planvorming worden meegenomen. Dit is belangrijk om zo vroegtijdig problemen zoals wateroverlast, verdroging of vermindering van de waterkwaliteit zo veel mogelijk te voorkomen.
De provincie en de watertoets
De zogenaamde watertoets is vanaf 1 november 2003 een wettelijk verplicht middel om plannen en besluiten op waterhuishoudkundige aspecten te beoordelen. Concreet gaat het over onder meer
streek-, structuur- en bestemmingsplannen. De watertoets is van belang voor een goede inpassing van water in ruimtelijke plannen. Het instrument moet ervoor zorgen dat waterdoelen daarbij expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Mogelijke negatieve effecten van water, zoals wateroverlast, matige waterkwaliteit of verdroging van natuurgebieden, kunnen zo worden voorkomen en kansen voor het watersysteem kunnen worden benut. De provincie kan initiatiefnemer zijn van (ruimtelijke) plannen, maar is ook (grond)waterbeheerder. Ook moet ze ruimtelijke plannen van anderen zoals gemeenten beoordelen.
Onvoldoende inzicht
De Rekenkamer heeft geconstateerd, dat Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten nog niet goed kunnen vaststellen, of de watertoets nu ook voldoende is uitgevoerd. Er is weinig over het proces vastgelegd en wat er wel is vastgelegd levert weinig inhoudelijke informatie op. De provincie Overijssel kijkt ook niet systematisch na, in hoeverre gemeenten en waterschappen onderling de watertoets toepassen. Hoewel het inzicht in de effectiviteit van de watertoets dus gebrekkig is, concludeert de rekenkamer ook, dat de provincie Overijssel zich in de rollen van initiatiefnemer, waterbeheerder en planbeoordelaar de afgelopen jaren heeft verbeterd. Daarbij heeft de provincie samengewerkt met gemeenten en waterschappen.
Ruimte voor verbetering
De Rekenkamer adviseert Gedeputeerde Staten om de watertoets eerder en anders toe te passen. Eerder omdat de speelruimte dan nog relatief ruim is. Vooral bij toekomstige gemeentelijke structuurvisies zal dat een verbetering betekenen. Anders door afspraken en afwegingen naar aanleiding van de watertoets beter vast te leggen en zo Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten te kunnen laten beoordelen of de watertoets ook heeft geholpen. Verder moeten Gedeputeerde Staten regelmatig inzicht geven in de vraag, hoe gemeenten en waterschappen de watertoets toepassen. Door op gezette tijden de lokale en regionale toepassing van de watertoets te onderzoeken en te rapporteren, wordt duidelijk hoe gemeenten de beleidsruimte invullen met behoud van de provinciale verantwoordelijkheid.
« Ga terug naar de nieuwspagina





