Nieuws
7 april 2010 - Publicatie onderzoek Regie op het Investeringsbudget Landelijk Gebied - provincie Overijssel
De Rekenkamer Oost-Nederland heeft onderzoek gedaan naar de regierol van de provincie Overijssel in het landelijk gebied. Haar conclusie luidt dat de basis is gelegd, maar dat de regierol nog verder uitgebouwd dient te worden.
Sinds 1 januari 2007 hebben de provincies meer verantwoordelijkheid gekregen over het landelijk gebied. De provincies hebben zeven jaar de tijd gekregen om de doelen te realiseren die zij hebben afgesproken met het Rijk. Hierbij gaat het om het realiseren van een vitaal platteland, waarin doelen op het gebied van landbouw, milieu, water, recreatie en leefbaarheid gecombineerd worden. Deze verantwoordelijkheid kunnen de provincies alleen waarmaken als zij hun partners (zoals gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties) meekrijgen in het proces en daarbij goed de regie voeren over het proces. De wijze waarop de provincies deze regierol invullen staat centraal in het onderzoek van de Rekenkamer.
De provincie Overijssel heeft voor de samenwerking met partners in het landelijk gebied aansluiting gezocht bij de bestaande overlegstructuur. Per gebied is er een meerjarige gebiedsprogrammering opgesteld, welke jaarlijks geactualiseerd wordt. Voor de overeenkomsten met de terreinbeheerders vormen de gebiedsprogramma’s de kaders.
Uit het onderzoek van de Rekenkamer komt naar voren dat de provincie Overijssel een goede basis heeft gelegd voor het realiseren van de doelen in het landelijk gebied samen met de partners. Op een aantal punten kan de regierol van de provincie echter nog verder uitgebouwd worden. Zo zijn de rol en de competenties van de ambtelijke ondersteuning van de overlegstructuur niet duidelijk. De Rekenkamer beveelt aan de huidige werkwijze te evalueren en de ondersteuning van de overlegstructuur te verbeteren. Ook behoeft de afstemming tussen de front office en de overige afdelingen bij de provincie verbetering. De front office onderhoudt de contacten met de partners in het landelijk gebied, dus verbetering van de afstemming is van belang voor het draagvlak bij partners. Uit het onderzoek blijkt verder dat de provincie de flexibiliteit in de financiën niet ten volle heeft benut en ook niet consistent heeft doorgevoerd richting partners. De middelen die voor het landelijk gebied beschikbaar zijn, komen deels van het Rijk, deels van de provincie en ook partners brengen middelen in. Met het Rijk is afgesproken dat de middelen ‘vrij’ ingezet mogen worden, zolang de doelen maar gerealiseerd worden. De Rekenkamer adviseert om te zorgen voor een consistente lijn richting partners en een grotere flexibiliteit in de middelen. U kunt het rapport hier downloaden.
« Ga terug naar de nieuwspagina





