De rapporten zijn respectievelijk op 19 mei en 26 mei gepresenteerd in de provincies Gelderland en Overijssel.




De Rekenkamer Oost-Nederland is in april 2009 gestart met een tussentijdse evaluatie van het nationale landschappenbeleid van de provincies Gelderland en Overijssel.
Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Er zijn door de rijksoverheid in Nederland twintig nationale landschappen aangewezen, waarvan er twee in Overijssel liggen en zeven liggen geheel of gedeeltelijk in Gelderland. Het doel van het rijksbeleid is om de kernkwaliteiten van de nationale landschappen te behouden, duurzaam te beheren en waar mogelijk te versterken. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor de nationale landschappen. De Rekenkamer wil met het onderzoek inzicht verschaffen in de wijze waarop de provincies Overijssel en Gelderland deze verantwoordelijkheid in de praktijk hebben opgepakt en gaat na wat de eerste resultaten zijn van het gevoerde beleid.
Behandeling in de provincie Gelderland:
Het rapport is op 15 juni 2010 in de commissie LGW behandeld. Op 30 september 2010 is het in de PS vergadering behandeld met dit intitiatiefvoorstel.
Behandeling in de provincie Overijssel:
Het rapport is op 13 oktober 2010 in de commissie RWD behandeld. Op 3 november 2010 is het in de PS vergadering behandeld met dit statenvoorstel.
Persberichten:
2 april 2009: RTV Oost6 april 2009: Artikel in 'Groene ruimte'
20 mei 2010: Artikel Tubantia
Beleidsvelden: Natuur & Platteland, Ruimtelijke ordening & wonen



